Het haar dat hij nog heeft, steekt uit zijn neus en oren. De kleuren van zijn broek en colbert passen niet bij elkaar en de te brede stropdas accentueert de door de boordmaat geschoten kippennek van ‘de man alleen’.
1 januari, 1 april… er is niets bijzonders of grappigs meer te ontdekken – ja, toen ze nog jong waren en de kinderen klein. Hij bakte oliebollen; wat vond ze zijn appelflappen lekker! Met het vertrek van de kinderen verdween ook hun jeugd en doel. Maar nu… Eén ding is zeker: aan hem zal niemand zien dat hij een man alleen is. Dat is hij haar verschuldigd, zo netjes als ze was. Morgen brengt hij haar appelflappen. Misschien proeft ze een herinnering.


Mooi.
Vriendlief houdt niet van warm fruit. Ik ben er juist gek op.
Lousjekoesje. Dank je wel! Ik houd ook niet zo van warm fruit, maar een enkele appelflap vind ik wel lekker.
Mooi en liefdevolle gedachten van de man. Ja, de appelflappen.. heerlijk. Ik bak en eet ze graag
Alice, hartelijk dank en eet smakelijk!