“Schrijf anders eens een gedicht voor mijn metekind Alice, ze wordt volgende week eenentwintig,” zei mijn vrouw.
Ik zat in de afwerkingsfase van een gedicht. Een betaalde privé-opdracht en die zijn redelijk zeldzaam, dus wenste ik dit vooral goed te doen. Hoewel mijn opdrachtgever geen deadline had ingesteld, wilde ik het zo snel als mogelijk afgewerkt hebben, teneinde tijd en ruimte te creëren voor ander werk.
Ik lachte even wat onwennig. Ik wist niet goed wat ervan te denken: nam ze mij en het gedicht waaraan ik werkte in de maling en in eenzelfde beweging mijn hele schrijverschap?
“Of moet ik er ook voor betalen?” zei ze doodernstig.
Nu was er wel sprake van tijdsdruk.
Het werd uiteindelijk een prozastuk.


Recente reacties