Ik eer de wolken. Maar zijn ze nu wit, blauw of roze? Of zijn ze Mondriaan? Alle hens aan dek voor de wolken. Voor de boeg mag ook. Zolang je het maar met je handen doet. Ik pluk ze uit de lucht, de wolken, gelijk een wolkewietje, dromerig op mijn rug in het warme gras. Alle vormen nemen ze aan, van Afrika tot Kamtsjatka. Beesten zie ik verschijnen en rare waterpijpen. Waar drijven ze naartoe? Wollig, wattig vormen ze mantels in mijn gedachten, boa’s van stoa. Bij donker weer wordt het een ander verhaal. Wolken als dekmantels voor de zon, halen de hitte onderuit. Dromen worden nachtmerries en de regen gaat weldra vallen. Mijn gemoed huilt tranen uit de lucht.

Wolkewietje uit Pinkeltje! Da’s pas een gouwe ouwe! Kamtsjatka is nog een bestemming op de wishlijst. Misschien, ooit..