‘Ik houd ervan om veroverd te worden,’ zegt ze.
We zitten buiten. De nevel hangt nog over de koffieplantage en in de verte torent de vulkaan in zijn kale rust boven alles uit.
De klank van haar stem, de kleur van haar ogen, die me net recht aankeken, ontsteken de warme gloed die zich steeds als ik bij haar in de buurt ben, van onder mijn navel uitspreidt in mijn lichaam.
Zij en ik: vrijwilligers op een school van de coöperatie.
‘Door iemand met passie. Niet zo’n flegmaticus als jij,’ vervolgt ze.
‘Flegwaticus?’ vraag ik.
‘Iemand zonder emotionele pieken.’
Ik zucht en kijk naar de vulkaan. Een kleine sliert rook ontworstelt zich aan de krater. Wetenschappers verwachten binnenkort de eruptie.


Heerlijke metafoor die vulkaan. Nu maar hopen dat ie niet platonisch is of flucide.
… fluïde.
Mooi.