Preuts van den beginne word ik geboren. Poedelnaakt. Mijn piemel en ballen zullen de rest van mijn leven nooit meer zo groot zijn in verhouding tot de rest van mijn lijf. Ik word onmiddellijk warm ingepakt door een lieve kraamhulp met blauwe ogen. En niet alleen vanwege mijn blootheid en geslachtsgrootte, maar ook vanwege de temperatuur.
De vraag is alleen, wie wie nu eigenlijk inpakt? Zij mij of ik haar? Zo schattig en mooi geschapen als ik ben, houd ik het op het laatste.
Hoe ik weet dat ze blauwe ogen heeft? Ben haar later nog eens tegen gekomen. En hoe? Weliswaar vijfentwintig jaar later, maar hee, op een oude fiets moet je het leren, nietwaar? Spiernaakt, iets minder preuts.

Recente reacties