Ik zie niemand en wil net de bovendeur weer dichtdoen.
‘Als u de onderdeur even open wilt doen, dan kan deze onderdeur naar binnen. Haha! Ik ben Dirkie en kom voor de jaarlijkse inspectie van de kruipruimtes.’
‘Kom binnen,’ zeg ik.
‘Maandagochtend, en dan staat er een dwerg voor uw deur. Maar dat is kwetsend, ik moet zeggen ‘mens van geringe lengte’, weten ‘mensen van meer lengte’.’
‘Tja… wil je koffie?’
‘Graag.’
‘Ga zitten.’
‘Heeft u geen kinderstoel? – geintje hoor.’
Zijn zelfspot gaat zo door. Ik begrijp het wel, maar eerlijk gezegd begin ik me eraan te ergeren.
‘Hier is het luik, Dirkie, ik zal even licht maken.’
‘Ja, dank u wel. Klein of groot, iedereen kan zijn hoofd stoten.’


Dit is inderdaad niks voor iemand van 2 meter. Wel grappig, hoor. Gelukkig is zelfspot tegenwoordig nog wel toegestaan. Ik bedoel dat je niemand ermee kwetst. Dat het anderen verveelt is eh vervelend maar niet meer dan dat.
Lousjekoesje. Zie vooral de dubbele bodem van dit verhaaltje.
Haha, ja, natuurlijk.
Vrolijk makende maandagochtend! Mooi beeld van de boven- en de onderdeur.
Alice, dank je wel.