‘Sinds 9 juli 2015. 256.920 woorden, 2141 stukjes, 130 trouwe weken later,’ heer Vreeswijk.
‘Op 21 maart 2018 zag ik het levenslicht. Even later nicht Alida. In alle bescheidenheid mag ik toch concluderen dat ik uw vlaggenschip ben geworden, 192 stukjes later?’
‘Zeker. Maar op dit zinkende schip zijn mijn verhalen over u en andere stukjes parels voor de zwijnen, heer Vreeswijk.’
‘Gek hè… Op andere sites worden ze meer dan gewaardeerd. Maar ja, daar heerst ook niet zo’n enge, ‘amicaal tactisch hartelijke’ sfeer, om het zo maar eufemistisch uit te drukken. En kennissen hebben is belangrijker dan taalkennis hebben.’
‘Ach, heer Vreeswijk, soms zit het schrijversgetij mee, soms zit het tegen.’
‘Zeggen we nu na nummer 193 ‘vaarwel’ of…?’


Han, het eerste hartje, geheel verdiend, zoals vaker, treffend beschreven. Je bent onbetwist nummer 1 in aantal gewonnen stukjes, in aantal, in taalvaardigheid, enz. Dat je jezelf geen hartjes geeft via de desktop, laptop, telefoon, scheelt inderdaad de eerste drie hartjes. Om je ‘eigen’ woorden te gebruiken, dat heeft zo’n schrijver toch niet nodig? Mijn waardering heb je. Ik maak me niet druk wie wanneer wint en waarom, dat is niet aan mij, het plezier zit ‘m in het lezen en schrijven. De rest is bijzaak. Hoe een ander daar mee omgaat, slinks of slim, dat is aan de ander. Te onbelangrijk om me daar druk over te maken. Dus…schrijf maar lekker door!
Luc. Streep aan de balk! Nu reageer je wel?
Ik houd het kort om niet in herhaling te vallen. ‘De rest is bijzaak’ blijkt niet uit jouw handelwijze en die van anderen zoals in dit stukje staat beschreven. Jezelf hartjes geven is misselijkmakend.
Ik zie het dagelijks voor mijn ogen gebeuren. Ook wat er niet gebeurt: de laatste weken, zo niet langer, word ik gewoon gecanceld. Nee, en dan kun je ook niet winnen, als ‘nummer 1′.
De lol is eraf. Schrijven blijf ik altijd. De genegeerde verhalen doen het elders uitstekend. Maar ik schrijf en plaats ze hier niet voor de kat z’n kut. Of ik hier doorga is niet aan jou.