Wat grappig is, is heel persoonlijk. Met sommige mensen ga ik graag naar een avondje cabaret, anderen moet ik het niet aandoen.
Lachen is gezond, maar welke lach smaakt het best?
Ik lees een boek van Midas Dekkers over honden. Ik smul van zijn ironische kijk: leuke observaties, niet bedoeld om iemand pijn te doen.
Sarcasme vind ik moeilijker te verteren. Het is bijtender, de ander wordt ermee belachelijk gemaakt. Het wordt zoeken naar een gevat antwoord. Dus wordt het een soort wedstrijd.
De houding van een cynicus verstikt me. Ik proef geen geloof meer in hoe het met de wereld ooit nog beter kan worden. Ik voel me de sukkel die nog idealen over heeft. En zo verliest iedereen.

Niet de moed opgeven, Lisette. En zeker niet de lach.
Ik laat mijn oren niet hangen naar de cynicus. Hoewel het wel boeiend is om te lezen hoe Socrates dacht.
Zoals mijn moeder zaliger altijd zei: zorg goed voor jezelf, doe jezelf niet te kort en wees een ander niet tot last. Dan ben je al heel goed onderweg.
Oh, haha. Het antwoord op mijn reactie op Broederliefde.
Nee hoor, niet opgeven Lisette! Je bent zeker niet de enige met idealen. De uitgesprokenen/schreeuwers krijgen aandacht, maar de zwijgende/kalme meerderheid is veel groter.
@Levja: afgesproken! Met een moedige lach verder.
@Luc: mooie moders-wijsheid. Ik vind het tot last zijn niet zo erg, maar wel met een open vizier, en een eerlijk gesprek.
@Alice: k ga de moed niet, maar zeker ook de humor niet opgeven!
Zo is het.