Toen ik een jaar of twaalf was, kreeg ik ineens hooikoorts. Mijn broer had dat al jaren, die kon geen gemaaid grasveld passeren zonder hevig gesnotter. Ik nu dus ook. Het snot liep als een straaltje water uit mijn neus. Om de diagnose definitief te maken, werd ik getest. Het bultje op mijn arm was groot en jeukte enorm. Duidelijk dus: een geval van pollenallergie. In die tijd, zo’n vijftig jaar geleden, was de aanpak stevig. In februari moest ik een prik halen, die me het hele hooikoortsseizoen zou beschermen. Ook wanneer het dat hele voorjaar zou regenen. De prik maakte me vooral slaperig. Tegenwoordig zijn er subtielere medicijnen.
Ik ben er overheen gegroeid, mijn broer tobt elk voorjaar voort.

Ja dan is de therapie wel in et positieve veranderd. Vreemd iets is het, de hooikoorts. Ik heb het er ook later in mijn leven bij gekregen. Het ene jaar is het meer aanwezig dan het andere, wat ik frappant vind (nu minder last dus helemaal prima). Fijn dat het bij jou verleden tijd is!
@Alice: zeker fijn en zeker vreemd!
Lastig hoor. En versgemaaid gras ruikt juist zo lekker.
Hoe test je het dan, wordt er dan bloed afgenomen?
Ik had vroeger nergens last van maar de laatste jaren ben ik chronisch (Gronings 😉) verkouden. Daar had ik het in coronatijd wel moeilijk mee. Ik had het idee dat je bij elk kuchje of niesje uitleg moest geven.