Mijn jeugd was fijn. Een kindertijd vol geuren.
De suikerfabriek produceerde in het najaar een zwaarzoete reuk. Er reden dan veel vrachtwagens door de stad, beladen met suikerbieten.
Dan was er de brouwerij, onze trots op het eigen bier. De fabriek is inmiddels gesloopt, gelukkig is het kantoor als monument blijven staan. Ik lees op internet over geurhinder door brouwerijen, maar dat herinner ik me niet.
En dan die snoepjesfabriek, die net zo zoet rook als de snoepjes smaakten.
De lucht van de verffabriek zal vooral chemisch en milieuonvriendelijk zijn geweest. Wat ik me daar vooral van herinner, is dat we naar huis moesten komen als de sirene loeide.
Een leven vol geuren, als de omlijsting van een licht leven.

De omgeving waarin jij bent opgegroeid doet wat levendiger aan dan mijn dorp waar ik opgroeide. Zoveel verschillende geuren herinner ik me niet behalve dan van verschillende boerenbedrijven en vee en landbouwgrond. Geen geurende fabriek in velden of wegen te bekennen.
@Luc: ik denk wel levendiger inderdaad, maar dus ook met meer industriële luchten. En ik denk (hoop) dat de bio-industrie nog niet op volle toeren draaide bij jou.
Je hebt mooi geurend verteld over je jeugd.
Ik woon weer in het dorp waar ik opgegroeid ben. Net als Luc is het een dorp midden tussen de boerderijen. Hier zijn dan voornamelijk gewas-boerderijen: aardappelen, groente en suikerbiet. De overheersende geur hier is (kunst)mest. De stedelingen vinden het stinken maar voor mij voelt het als thuiskomen.