Mijn nieuwe roman, met de titel ‘De roodharige Chinees,’ is vorige week verschenen.
Enkele reacties die mijn uitgever ontving:
‘Roodharige Chinezen zijn heel zeldzaam. Waarom zou je daar dus over schrijven?’
‘Ik heb er veel van geleerd, vooral de scènes waarin de hoofdpersoon met de nieuwste software zijn financiële administratie telkens keurig op orde brengt.’
‘Ik hou niet van zulk wollig taalgebruik. Veel zinnen tellen meer dan tien woorden. Er staan ook woorden in met wel vijf lettergrepen.’
‘Ik heb niets met dikke boeken. Het had makkelijk 200 bladzijden ingekort kunnen worden.’ (Opmerking van mezelf: het boek telt 206 bladzijden).
‘Het boek werd een dag te laat geleverd door bol.com. Balen! Ik koop nooit meer een boek van deze schrijver!’

Ik heb nog nooit een roodharige Chinees gezien. Wel weet ik sinds een tentoonsteliing in het Frans Hals museum dat de Chinezen de Hollanders roodharigen barbaren noemden.
Grote glimlach om de zin met de bladzijden.
Levja. Dank voor je reactie. Roodharige Chinezen zijn zeldzaam, maar ze bestaan wel. je hebt bijvoorbeeld roodharige Oeigoeren, maar ook onder andere volkeren in China komt rood haar soms voor. Niet verwonderlijk, want rood haar schijnt ooit als mutatie in Centraal Azië ontstaan te zijn, dus met name in Westelijk China komt het soms voor. Het hoogste percentage roodharigen in Nederland schijnt zichin de provincie Drenthe te bevinden, maar ook onder de Joodse gemeenschap in Nederland.
Saillant detail: mannen schijnen vrouwen met rood haar extra aantrekkelijk te vinden, maar vrouwen vinden mannen met rood haar over het algemeen heel wat minder aantrekkelijk. Misschien is het niet voor niets dat Judas in de Westerse kunst vaak als roodharige is afgebeeld…