Klappen voor de verpleging, dat was hét maatschappelijke event vorig jaar. Inmiddels is er zoveel tandvlees versleten dat de gebitten van de zorgverleners voor zichzelf klapperen, ratelend van vermoeidheid tijdens de zoveelste extra dienst.
Het was voor deze pandemie al een pittig beroep, maar ook mooi door de bijzondere momenten. De krenten in de mensenpap. Andere pandemieën leerden ons al hoe je je verlangen naar rust voor je uit kunt schuiven en doorgaat omdat het moet. Ziek? Pas als je jezelf onderkotsend in bed ligt, eerder niet.
Nu zit menigeen tijdelijk thuis, slechts een beetje ziek maar de gang naar het werk is niet wenselijk. Er zijn veel doorzetters, de ware veelplegers. Die hebben dan medelijden met hun overgebleven collega’s.

Mooie vertelling, die na het lezen nog na blijft ijlen.
Wat een treffende -en trieste- zin: dat de gebitten van de zorgverleners voor zichzelf klapperen.
Sluit me aan bij Hadeke, een indrukmakende 120w
Een blakende gezondheid laat helaas nog even op ons wachten. Het zit dit keer hoog. Maar gaat ook sneller over. Omienkronkels.