Dood, schreef ze, dood, dood, dood. Bladzijden lang. Niemand anders die het las, behalve de Dood zelf.
‘Waarom dood?’ vroeg hij op een nacht midden in haar droom.
‘Wie zegt dat ik dood wil?’ antwoordde zij al slapend.
De Dood zweeg even.
‘Dood lijkt jouw obsessie. Wat wil je dan?’
‘Eeuwig leven.’
De Dood keek nog eens goed naar haar.
‘Hoe dacht je dat voor elkaar te krijgen?’ vroeg de Dood.
‘Leer me kennen.’
Zo bezocht de Dood haar iedere nacht en spraken ze met elkaar. Vragen en antwoorden. Eerlijk en oprecht.
Dit is haar, dacht de Dood, de ware.
‘Wil je met me trouwen?’ vroeg hij.
‘Ja,’ antwoordde zij, ’tot de dood ons scheidt.’
‘Dat zal niet gebeuren, lieveling.’


Buitengewoon bijzonder.
Sterk! Dood als hiernamaals. Ik zou ‘dood’ in de vierde regel ook met een hoofdletter doen.
Eenieder met de wens eeuwig te willen leven, raad ik aan om te gaan trouwen. Het is natuurlijk geen directe oplossing maar het verlangen wordt zeker minder!
Hadeke. De plot leuk bedacht.
‘Dit is haar,’ dacht de Dood, ‘de ware.’ – Dit is haar, dacht de Dood, ‘de ware’.
Gedachten plaats je niet tussen aanhalingstekens. De ware kan wel tussen aanhalingstekens, als benadrukking. De punt hoort na het aanhalingsteken sluiten.
Dank voor de reacties.
@carla en @han terechte opmerkingen. aangepast.
Sterk hadeke!