De schilder drupt. Korrels verf spatten op het doek. Waar het canvas nog wit is loopt hij op handen en voeten. Met zijn neus dicht bij de grond ruikt hij de kleuren. Nog een beetje rood hier en een beetje roze daar. Het palet van kleuren stroomt uit zijn hoofd en hecht zich op de bodem. Zijn zinnespinsels vlechten vloeibare draden. Betekenisloos dromerig. Acht vierkante meter suikerspin. Kermis in het vlak gevangen. Amper een centimeter driedimensionaal lichten netwerken op. Als kleine wormpjes stollen ze in de vaart der volkeren. De kunstenaar richt zich op. Neemt afstand en waar. Het wit trekt zich langzaam terug. Dripping en sipping. De kleuren vechten om stukjes ruimte. Subtiel en gelukkig. Wars van grille vorm.

Mien, weergaloos prachtig poëtisch beschreven. Toevallig (?) ben ik bezig met een verhaal met het thema ‘suikerspin’ voor een schrijfwedstrijd.
Use it! Zou Jackson zeggen.