Mijn koningin. In het wit. Gewoon een heerlijke dame. Ze knokt tegen het zwart. Dat haar overal omringt. Ik help haar. Sta op wacht. Niemand komt mij voorbij. Ik ben haar koning. Sla alle pionnen verrot en breek de torens af. De zwarte paarden jaag ik op stang en de laatste loper, een pronkjuweel hak ik de benen af. De witte dame is voor mij. Ik schaak haar niet mat maar uitbundig. Bejubel deze prachtige jonkvrouw. Ze past voor mij op alle vlakken, elk gebied. Mijn koningin en meesteres. Blondie noem ik haar soms met haar hart van glas en haar van goud. Nog even en dan is het spel voorbij. Ik houd stand en bewaak haar poort, als koning.

Genoten van je stukje. Niet geheel van je stijl, maar het is de jouwe.
Deze zin doet mij wel verdriet: ‘Sla alle pionnen verrot …’
Verrot vind ik niet bij schaken passen, mijn optie is dan ook:
‘Sla alle pionnen stuk …’
Leuk en fijn verhaaltje om te lezen