We hadden ooit een Deense dog en niet zo’n kleintje, zelfs voor een zo’n dog was hij fors.
Wij noemden hem Juttie toen hij bij ons kwam. Vlak daarvoor gingen we kamperen in Denemarken en mijn zoontje van drie zei Juttiela tegen Jutland, zodoende.
Juttie was een Joekel en, geloof het of niet, knabbelde zo nu en dan aan ons grasveld. Mijn zoontje zat geregeld op zijn rug, Juttie vond het prima, het leek wel een klein paard.
Is de identificatie “hond” dan juist? Of is dit slechts één mogelijke identificatie? Kan “paardigachtige” ook?
En geldt dit niet voor alles?
Is “natuur” of “vorm en functie” belangrijker bij identificatie?
En wie zijn wij dan?
Pff, wat diep.
Ik krijg hoofdpijn.

Volgens Freud gebruiken wij het foutief…
Identificatie is een term uit de psychologie, die voor het eerst werd gebruikt door Sigmund Freud. Identificatie staat voor het vergroten van gevoelens van eigenwaarde door vereenzelviging met een persoon of instelling van aanzien. Wikipedia.
Dag Luc, dat komt mooi overeen met mijn indruk van Juttie.
Die kon zich beter identificeren met de pony van Boer Wurms, daar ging hij vrolijk naast lopen en kopjes geven, dan met de schoothondje van Tante Truus, die kon Juttie niet goed hebben.
Als het even kon, probeerde Juttie dat mormeltje net zijn achterpoten weg te trappen.
Een Deense dog, daar kun je enkel maar bewondering voor hebben. Op eenzame hoogte, prachtige dieren. Juttie is natuurlijk een fantastische naam voor een grote verschijning. Lijkt me een mooie aanwinst in een gezin. Graag gelezen, Menno.
Dank je Luc
Bonanza! Zolang Juttie niet opgejut wordt of de kop van Jut opeet niets mis met Horse-identificatie.