‘Waarom?’ Hij keek haar doordringend aan.
‘Hoezo: Waarom?’ Ze haalde haar schouders op.
‘Wat bedoel je met: Hoezo?’ Hij legde zijn hand op de hare.
‘Hou je maar niet van de domme met: “Wat bedoel je.”’ Een sarcastisch glimlachje speelde rond haar lippen.
‘Hou ik mij nu van de domme? Je insinueert iets.’ Hij kneep steviger in haar hand dan hij bedoelde.
‘Insinueer iets? Wat is dat voor beschuldiging?’ Ze trok haar hand terug.
‘Beschuldiging? Nou wordt ie mooi.’ Hij probeerde haar hand terug te pakken.
‘Zo mooi is het niet, laten we maar ophouden.’ Ze trok haar jas aan.
‘Lijkt mij verstandig.’ Met hangende schouders hield hij de deur voor haar open en legde haar tassen in de kofferbak.

Ik insinueer niets, maar vermoed wel iets.. dat wordt een lange dag
Helemaal gelezen Menno, en daarmee …
Mooi.
Verhaaltje 2:
Het begin
Precies hetzelfde, maar dan eindigend met:
*haalt haar tassen uit de kofferbak.*
Of je begint juist met bovenstaande zin.
Alice. Een lange en vermoeiende dag.
Luc. insinueer je iets? 🙂
Lousje. Kan een prima opvolging zijn.