‘Bas, ik lig nu op deze vieze trein vloer! Doordat je zo graag naast je moeder wilt zitten aan het gangpad.’
‘Meiden, jassen pakken en aantrekken. We gaan het volgende treinstation eruit.’
‘Nee, jij bent Bas niet en daar ligt jouw jas onder de bank. Haar armen in mijn mouwen zo vreemd, mijn rits staat op springen door haar capricieus. Waarom ziet ze het niet en ik ben een jongens jas.’
‘Mama mijn jas?’
‘Die is vast gevallen op de grond.’
‘Daar mama.’
‘Nee dat is jouw jas niet, wel donkerblauw maar met een roze binnenkant. Die meiden… ‘
‘Wat vreemd om aangetrokken te zijn door een ander kind…. Anders aan geur vooral. Zal ik Bas ooit nog een keer zien?’

Ik heb altijd wat moeite om je stukken te lezen. Ook dit keer rammelt het weer, weliswaar minder dan anders, maar toch…Grt.
Misschien is dit mijn schrijf kracht wel Luc.. rammelend schrijven