En dan fietsten we het laatste stukje altijd samen. Je had altijd wel een leuk verhaal te vertellen of je haalde een stiekeme grap uit.
We waren onafscheidelijk.
Zo spraken we na school af wie, de volgende dag, welke boeken mee zou nemen en hoefden we allebei niet veel te sjouwen.
Tot die ene dag, 18 februari 1990 om precies te zijn. De dag dat ik tevergeefs op je wachtte, en te laat op school kwam. Iedereen was in rep en roer. Er werd een meisje vermist.
Je zou gezien zijn op de achterbank van een oude roestige Opel Kadett, waarvan niemand het kenteken had onthouden.
Ze hebben weken later nog wel één van jouw schoenen gevonden nabij de kinderboerderij.

En het begint zo leuk! Is het fictie of juist niet? Dat is me niet duidelijk, maar wel weer prachtig verwoord. Grt
Mooi opgebouwd, naargeestig einde. De twee komma’s in ‘zo spraken we …’ niet per se nodig.
Mooi stukje Louisa. Het begint inderdaad zo gezellig. Sterke opbouw.
Eens met Ewald over de komma’s.
Gelukkig fictie, voor mij. Bedankt voor de complimenten. Komma’s verwijderd.
De komma’s staan er nog hoor. Waarschijnlijk vergeten om na het bewerken op’ bijwerken’ te klikken (rechtsonder).