Ondanks de helse golven die tegen de flanken van het schip beuken, houdt de Hoop koers. Op het dek zien we een matroos de fok hijsen, zijn kale kop geglazuurd door de striemende regen. Aan het roer staat de schipper met gerafelde pet en een groezelige rode baard. Zijn norse blik verkent nauwlettend de horizon. De wind giert meerstemmig over het dek en golven klotsen ritmisch over de reling. Het schip ontsnapt ternauwernood aan de vlijmscherpe klippen die opdoemen uit de woeste zee. Een glimlach breekt de norse blik van de schipper. Vandaag gaat zijn schip niet naar de kelder. Hij snuift de zoute lucht diep naar binnen en voelt hoe deze zijn lijf vult. Dìt is waarvoor hij leeft!

Heel mooi geschreven, Robbedoes. Na ‘groezelige’ had nog een komma gemogen, maar in z’n geheel een dik hartje waard, naar mijn idee.
Fijn om te horen, Ewald. Je hebt gelijk, die komma hoort daar te staan. Dank!
Een verhaal in weinig woorden. Top.
Ha Levja, dank je! Het had in minder woorden gekund, maar dat mocht niet 😉