Ik ben oneerlijk.
Natuurlijk is het wel eerlijk van me wanneer ik zoiets hardop durf te zeggen.
Het punt is dat ik het vooral schrandere personen kwalijk neem wanneer ze impulsief als goedkope geurverstuivers de lucht vullen met allerlei morfemen (zowel gebonden als vrij), die het eigen voordeel en andermans nadeel gelijkelijk plegen te versterken.
Als ik eerlijk was, zou ik bovendien ook iedereen uitlatingen als ‘Belgen zijn dom’ of ‘Negers zijn lui’ of ‘Vrouwen zijn gemeen’ kwalijk moeten nemen.
Maar ik discrimineer, omdat ik mijn oordeel baseer op het vermoedelijke denkvermogen van degene die zulks roept. Die constatering toont mijn vooringenomenheid aan.
De definitie van Van Dale bij het begrip discriminatie luidt: ‘Het maken van ongeoorloofd onderscheid.’
Ken uzelf.

‘Ik ben oneerlijk.’
Tegen een goede vriend kun je dat zeggen. Als openingszin in een 120w-stukje ook. Verder in weinig situaties. Misschien als je voor de spiegel staat.
Vooringenomenheid is de mens eigen. Nosce te ipsum.