Foute boel. Zij belt mij. Ik wil niet opnemen. Waarom bestaat dit moment? Mijn ogen branden. Mijn keel droogt op. Schraal, pijnlijk. Nog geen woord gesproken. De ringtone smeekt. Ik moet sterk zijn. Zij is sterk.
‘Hallo mam.’
Gesnotter doorbreekt pijnlijke seconden.
‘Dag jongen. Ik hou heel veel van jou.’
De woorden verteren me. Ik besef het meteen. Het is over. Ze zucht. Ik duizel. Een herinnering schreeuwt. Ik word geen kasplant. Nooit!
‘Ik ben bij je, mam.’
Onwerkelijke waarheid. Meedogenloze afstand.
‘Hang niet meer op. Nooit meer!’ Ik ga liggen en knuffel de hoorn.
‘Ik ben bij je, mam. Ik hou ook van jou.’
Zacht wieg ik haar in slaap. Als ze gaat, is ze bij me. Voor altijd.

Mij te veel pathetiek, ook door de cursivering.
Ik snap de gevoelens, zeker in deze periode. Zo in een stukje is het in mijn ogen iets over de top en komt het gemaakt over. Gelukkig staat er fictie boven, want zulke situaties kunnen traumatisch zijn, zeker nu.
@Erik, bij mij meteen tranen in de ogen, dus mij raak je.
@Robbedoes, @Levja en @Willem: dank jullie voor de nuttige kritieken!
@Erik: ik vind het mooi beschreven, zeker je laatste zin. Hopelijk echt fictie?
@Lisette. Dank je voor je reactie en lieve bezorgdheid. De werkelijkheid is gelukkig veel positiever uitgepakt. Maar met “waargebeurd is geen excuus” in het achterhoofd, zal ik daar niet dieper op ingaan 😉