De heer Vreeswijk zet zijn wekker op zes uur. Hij haat vroeg opstaan en dat anderen beslag op zijn tijd leggen. Maar nicht Alida kan niet alleen naar het ziekenhuis gaan op een maandagochtend met alles wat vreselijk verzakt is.
Weet je wat, hij zet de wekker een minuut of tien voor, dan weet hij zeker dat hij tijd genoeg heeft. En de pendule een kwartier.
Geschrokken zet de heer Vreeswijk de wekker op de sluimerstand, stapt uit bed, zet het koffiezetapparaat aan en duikt er nog even in.
Bij de koffie schrikt hij zich een hoedje. Ach, natuurlijk… de pendule staat een kwartier voor.
‘Goedemorgen, Alida. Ruim op tijd, hè?’
‘Wat doe jij hier zo vroeg op zondagochtend, Vreeswijk?’


Een zeer punctuele heer.