Toen ik mijn ogen weer opendeed, zag ik dat het graf wit betegeld was.
‘Het is een smeerkuil,’ dacht ik, ‘de monteurs kunnen aan de haken naar beneden klauteren.’
Om mij heen kleedde iedereen zich uit.
Even zag ik het gaskamerbeeld. ‘Nu gaan ze douchen,’ dacht ik, maar ik zag geen douche. ‘Waar is hij,’ dacht ik panisch.
Maar er was geen tijd, voor mij schuifelen de naakte mensen naar het geopende graf, kalm, zonder te dringen, begonnen ze naar beneden te klimmen.
Neef Willem als eerste en de dominee sloot de rij. Even vergiste de Godsman zich, hij wilde de Bijbel in zijn jaszak steken. Gelukkig bemerkte hij tijdig zijn vergissing en legde het boek op oom Willem’s kist.

Vervolg op: Veenkoloniaals Einde
Ome Willem is nu al weer 10 jaar dood; de tijd vliegt ….7