Vijftig tinten grijs aan de hemel, gevolgd door ontelbaar veel katten en honden.
Een vrouw stapt met haar blauwe schoenen in een plas chocoladebruin water. Als ik gespannen ben, is mijn blik versmald. Dan let ik vooral op details.
Ik voel me als een ingeblikt sardientje in olijfolie, dat tegen beter weten in terug naar zee wil.
Stipt op tijd word ik opgehaald. Ze brengen me naar het roestrode gebouw, waar iedereen slechts in het nu leeft en waar hoop en wreedheid elkaars geliefden zijn.
Wanhoop komt altijd als een wervelwind die het laatste restje hoop wegvaagt.
Ik besef dat ze dadelijk routineus mijn hersenen gaan uitlepelen.
Hun valse, verbeten glimlach, daar trap ik niet in. Ik weet wel beter.

Recente reacties