Ze stond aan de rand van het graf. De anderen waren vertrokken. Een wolk versomberde de zon.
“Nu ben je echt weg”, prevelde ze, “maar je was er toch nooit. Zelfs als je thuis was, was je er niet. Niet voor mij.”
Ze schrok toen de zon weer verscheen. Naast haar schaduw lag een andere; een silhouet dat ze herkende.
Hoe kan een schaduw spreken? Maar hij sprak. “Het er-niet-zijn is de essentie van schaduw. Het ontbreken van licht.” Ze stapte achteruit, zijn schaduw volgde. “Een schaduw is afwezigheid. Hij was er nooit, ik ben er nog steeds niet. De rest van je leven zal ik er niet zijn.”
Ze gilde en rende weg. De schaduw hield haar makkelijk bij.


Een aangenaam duister stukje. Heel graag gelezen.
Spannend en akelig, tof!
Buitengewoon boeiend.
Ben ik helemaal met de anderen eens.
Dank allen.