Bibberend klim ik over de reling van de brug. Zonder in het water te donderen lukt het me om het eendenkuiken te bevrijden dat vastzit.
“Kom maar in mijn warme mouw, kleintje.”
Gezwind stap ik verder langs de penseelvarkens, gevaarlijk zijn ze niet, maar hun metgezellen de stokstaartjes…
Pure horror als ze het eendenkuiken te pakken zouden krijgen.
Vooraleer ik naar huis kan, spreek ik nog even met de chef.
Op de schouw in zijn kantoor staat een terrarium.
Ik ga zitten. Onbeleefd leun ik met mijn linkerarm op de tafel, de rechterhand friemelend aan mijn tegenstribbelende linkermouw.
“Slang”, fluister ik.
Mijn mouw blijft trillen.
In de auto is het snikheet.
Het eendenkuiken zoekt een knus plekje en dommelt in.

Recente reacties