Direct na het plukken verslapt de paddenstoel in mijn hand. Het donkert op deze zonloze, vreugdeloze dag. Vlagerige regen rukt de laatste blaadjes weg, de onttakeling is voltooid. Het naargeestige perspectief ontvouwt zich van een kaal half jaar. Deze gure novemberavond houdt de wind mij slapeloos, met haar woordeloze, akelig gefloten boodschappen. In de buitenlamp fladderen zweefvliegjes met lege achterlijfjes. Ze zullen wel snel dood gaan, want de dood, die zit in de darmen. Verdrietig kruip ik in bed, spoken huilen door de schoorsteen. Op een verre lentemorgen, ouder en bleker, zal ik de ondefinieerbare zweem van het nieuwe bloei-jaar voelen. Nog zo ver! Beter is het, deze maanden als een dier alleen in het nu te leven. Gedachten kwellen.

Recente reacties