Het zeurderige toontje van de deurbel maakt mij wakker en de goedkope rum klopt op mijn voorhoofd. Beide bevestigen ze dat een termijn is verstreken. Ik probeer te functioneren maar de spijkers in mijn kop werpen steeds nieuwe hindernissen op.
Het beddengoed plakt en even later los ik de som op; fles min dop.
Mijn paardenstaart waar de meisjes zo gek op waren heeft zijn kwispelen verloren. Geen opdrachten, geen geld, geen vrouw meer. Ik ben een kladschilder.
Als de bel dit keer langer ingedrukt wordt dan loopt er ook een termijn af. Het termijn van geduld.
Woest kom ik uit bed, pak de fles, zwaai de voordeur open en sla de fles kapot op de zijscheiding van de deurwaarder.


Na twee jaar en vijf dagen is ie daar weer.
Een goede zaak en niet eens op rijm deze keer.
Leuk verhaal. ?
Daarna een gevangenistermijn voor de HP?