Koninginnedag. Ik zit aan de Prinsengracht. Prinsheerlijk. Het is mooi weer. Eigenlijk moet ik zeggen Koningsdag. Maar kan er niet aan wennen. Ik ben immers een boomer. En ook nog eens een boomer die tuba speelt. Voor niets? Nee. Ik krijg warempel gage. In de hoed die voor me ligt. Het is eigenlijk geen hoed maar een steek. U weet wel, zo’n hoed met een scherpe punt. Ik heb een maar afgezet. Veel te gevaarlijk zo’n steek. Voor je het weet steek je met zo’n steek iemand’s ogen uit. Dan zie je geen steek meer. Althans niet tweedimensionaal. Of is het driedimensionaal. Met één oog is het misschien wel ééndimensionaal. Omgekeerd heb ik hem op straat gelegd. En het loont!

Een moet hem zijn en een vraagteken vergeten. Voor uitleg boomer zie Han’s laatste bijdrage.