Twee aan twee stonden ze daar, badend in hun eigen donkere gaswolken. Het aanhoudende gebrom hield zich schuil onder talloze motorkappen die elk in een andere tint gespoten waren. Elke afzonderlijke pruttelende auto leek te willen communiceren met het voertuig ervoor, gebarend met niet-bestaande ledematen dat er vaart moest worden gemaakt. Een colonne van haast op een weg van allesomvattende rust. De inzittenden hadden zich verschanst in de veiligheid van hun bestuurdersstoel en reflecteerden met theatrale bewegingen onopzettelijk hun voertuigen.
Ieder rood-aangelopen gezicht vertoonde sporen van vastberadenheid. Toch wist niemand van hen de eigenlijke eindbestemming. Gestremd in zowel materie als in het onstoffelijke. Een rij onwetende mieren op weg naar hun etherische koningin, gonzend als bijen, maar gepantserd als kevers.

Recente reacties