Pier staat aan de mast. Ik wil naar hem zwaaien, maar houd me in.
‘Jongen, het is geen voorwerp dat mij deugd doet. Toch blijft tucht te allen tijde van nood, omdat de aard der mensen opstandig is,’ zei de kapitein.
Hij heeft mij persoonlijk geselecteerd voor deze klus. De drie strengen van het kabeltouw splits ik uit. Iedere streng is onderverdeeld in drie dunnere strengen. Straks heb ik een stuk touw met negen losse uiteinden. Het andere uiteinde hecht ik af met de Spaanse takeling. Door de verdikking ontstaat een handvat.
‘Mooi werk jongen.’
‘Dank u kapitein.’
‘Geef jij straks de eerste slagen maar.’
Geschrokken zoek ik oogcontact met Pier, zijn bovenlijf is al ontbloot, en stamel:
‘Graag, meneer.’


Goed verhaal, @Hafeke!
Hadeke natuurlijk