De tijd is rijp. Lange broek, T-shirt met lange mouwen, ondanks het mooie weer. De struiken in met hoge stappen. Een bakje in de hand.
Ze zijn glanzend zwart, groot en dik. Soms klein, maar minstens zo sappig. Velen zijn rijp, anderen haast overrijp. Of juist net niet rijp. Veel nog in bloei. Wachtend op een volgende plukker. De rotte zijn dan weer bestemd voor de insecten en de vogels.
Doornen prikken. Dwars door de kleding. Maar het stopt de plukker niet.
Nostalgisch. Jeugdherinneringen. Samen plukken. In avonden of middagen. Soms in de volle zon. Het plezier in de bezigheid. De trots om de grote oogst. Het blijft mooi.
Thuis met volle emmers. Een grote pan gevuld. Trots en tevreden.

Bramen!
Leuk. (Ik heb er zondag geplukt en gegeten.) ?
Het is ook fijn om te lezen, opmerkelijk dat je het woord bramen niet vernoemt, en dat ik toch meteen helemaal mee was.
Kijk! Dat is mooi! Dat was precies de bedoeling 🙂
Ik mis de reikstok om takken naar je toe te trekken. Speciaal voor dit karwei gemaakt door pa en/of opa. Of hadden jullie die niet?
@Mien Nee die hadden we inderdaad niet. Nooit van gehoord ook. Gelukkig gaat het zonder ook heel goed!
@Annemarie van Rijn. Een fruitig stukje.
Velen zijn rijp, anderen haast… – Vele zijn rijp, andere haast… Het gaat hier niet om mensen, dus geen n.
De trots om de grote oogst – Trots op de grote oogst. Je bent ergens trots op en niet om. In de laatste zin zou ik niet weer trots gebruiken.
Excuus, Annemarije.