Het kamertje waarin ik in afzondering verblijf is alleen via een sluis te betreden. Nog geen week geleden lag ik in de schaduw van de palmen. Naast me lag Jacqueline of was het toch Monique, ik ben het kwijt. Iedere dag een ander.
Aan mijn bed zit een verpleegkundige. Ze draagt een mondkapje. Haar pen komt telkens in beweging zodra ik een naam noem. Zeven staan er al op papier.
‘De nummers staan in uw mobiel toch?’
Ik knik bevestigend. Mijn keel brandt.
‘Goed dan zullen we nagaan of zij ook met de difteriebacterie besmet zijn geraakt.’
‘Mijn vrouw hoeft het niet te weten toch?’ fluister ik.
‘Wanneer heeft u haar voor het laatst gezoend?’ vraagt ze op zakelijke toon.


Recente reacties