Ik kende bananen niet anders dan de gele vruchten bij de groenteboer. Als kind at ik hem vooral als een soort medicijn wanneer ik diarree had. Dat gaf hem een hogere status dan de peer.
Pas in het buitenland ging hij meer voor me leven: hij groeit namelijk tegen de zwaartekracht in. Een soort karper van het fruit dus. Dat vind ik dan wel weer stoer.
Daar proefde ik verrukkelijke vingerbanaantjes, en buitenissige bakbananen.
De leukste variant ontmoette ik op Madeira. Daar werden allerlei fruitsoorten gekruist. En zo aten we de ‘passionfruit with banana’.
Daar steekt onze stijve, gele wandelstok bleekjes bij af.
Voor mijn kinderen is hij onmisbaar na het sporten. Snelwerkende koolhydraten enzo. Hij blijft een geel geneesmiddel.

Het gele geneesmiddel. Mooi.
@Nele: bedankt!
smakelijk verteld
@José: dank!