Ik ben een bosmens. Ooit ontgonnen mijn voorouders de Veluwse oergronden. Er verschenen weilanden en akkers, door bomen omringd. Dat soort erfelijk materiaal verdwijnt niet uit je genen. Nu wij ons wijnboerderijtje op een groene berghelling verruild hebben voor een plek aan zee, is het even wennen. Het ligt niet aan ons huis, deze heeft alles wat we nodig hebben, meer dan dat zelfs. Grote glazen schuifpuien geven toegang tot een mooi balkon voorzien van hangmat en zithoek. Vanachter mijn schrijftafel heb ik direct uitzicht over de oceaan op nog geen honderd meter afstand. Ik voel me gelukkig en dik tevreden. En elke keer als ik mijn bosrand mis, dan teken ik haar in ’t zand. Na iedere vloed opnieuw.


@Arjan. Mooi stukje. De titel vind ik minder geslaagd; het verdriet lees ik namelijk niet in het stukje terug. Sterker nog: ‘Ik voel me gelukkig en dik tevreden.’ Liefdesverdriet is juist het summum van diep ongelukkig zijn.
Vierde regel: ‘… huis, deze …’ – ‘… huis, dat …’
Achter ‘balkon’ zou ik een komma plaatsen.
@Ewald. Dank. Aangepast. Enneuh.. kan liefdesverdriet ook niet beetje fijn zijn? Zo van warm verdriet?
@Arjan. Als jij dat zo beleeft, dan wel natuurlijk.
De aanpassingen zijn nog niet doorgekomen, zo te zien.
@Arjan. Mooi opgelost.
Mooi, dromerig stukje Arjan. De sfeer is goed te proeven.