Maandag, 14 januari 2019, 22.25, trein Den Haag richting Utrecht. Praktisch lege stiltecoupé. Ik probeer een vrij ondoorgrondelijk werk van Kant te begrijpen. Pal achter me neemt een bellende jongedame plaats.
‘Ja, dat zei ik nog tegen haar. Maar wat wil je, eigenwijs als ze is. Jahaaa, weet ik…’
Ik draai me om en wijs haar zo neutraal mogelijk op het feit dat we in een stiltecoupé zitten.
‘MAAR IK PRAAT HEEL ZACHTJES!’ schreeuwt ze me toe.
Ik laat haar de voorflap van mijn boek zien, met daarop in grote letters IMMANUEL KANT, maar dat maakt geen enkele indruk op haar.
Ze gaat weer vrolijk verder. ‘Nee, niks, er zit een zeikerd in de trein. Nou, waar was ik gebleven…’

@Cesar: bekend fenomeen, ik erger me er zonder Kant ook aan! Leuk: ik dacht dat de ‘zeikerd’ op de beller sloeg..
@Lisette. Grappig; de zeikerd in de titel kan natuurlijk ook op de beller slaan. Had ik zelf nog niet gezien, maar zo krijgt het een mooie dubbele betekenis.
Wat mij stoort aan dit gedrag, waar ik dagelijks mee te maken krijg, is niet zozeer de individuele, sporadische overtreding van regels, maar de hufterigheid die zich als een niet meer te stoppen olievlek aan het verspreiden is, door een extreem doorgevoerd individualisme, op het agressieve af. Acceptatiegrenzen schuiven dan beetje bij beetje steeds verder op en de vraag is hoe sociaal de maatschappij dan als geheel wordt.
@Cesar. Leuk stukje. In feite heb ik daar in mijn verhaaltje ‘Vlogyoghurt (3)’ ook over geschreven. Als je de humor eruit haalt, is het eigenlijk te triest voor woorden dat ze gewoon overal schijt aan hebben.
@Han. Zojuist vlogyoghurt gelezen; leuk dat je me er even op wees. ‘Schijt en lak hebben aan’ wordt misschien gaandeweg de standaard en hangt m.i. onder andere samen met het extreem doorgevoerde individualisme waar ik hierboven al naar verwijs.
Maar ‘Elk nadeel hep se voordeel,’ het levert ruim voldoende stof op voor 120w-stukjes en misschien zelfs voor novelles of hele romans.
@Cesar. Hier heb ik niets aan toe te voegen. Dank je wel.
@Cesar, als ik je stukje lees, zit ik als het ware in die stiltecoupé. De trein blijft een bron van inspiratie.
@Cora. Ja, dat is het zeker. Gisteren nog nieuwe inspiratie gekregen: ik stap midden in het spitsuur in Utrecht uit de trein van Rotterdam, dat wil zeggen met een grote sprong zijwaarts. Toen de deuren van de trein werden geopend, was namelijk een dame die de trein in wilde, op het perron alvast met haar gigantische koffer op wieltjes pal voor de deur gaan staan, om er als eerste in te kunnen. De enorme meute die uit wilde stappen kon maar met moeite de trein uit komen, want ze bleef hardnekkig staan, blijkbaar doodsbang om anders geen plek in de trein te vinden…
Titel triggeert en komt leuk uit in t stukje en hoewel het eigenlijk te erg is, kan ik een grinnik niet onderdrukken
?
@Irma: fijn dat ik je opvrolijk met deze ellende!
@irmamoekestorm @N.D.D. @Lisette. Dank voor jullie reacties. Een grinnik of desnoods een lachsalvo achteraf is het beste medicijn tegen ‘De ondergang van het avondland,’ zoals Oswald Spengler al voorspelde. (Nee, die lees ik maar niet in de trein). Mijn persoonlijke mening is trouwens dat de NS hier ook een taak heeft. Als je een mooi restaurant opent, waar de klanten na iedere hap een keiharde, knetterende boer laten, kun je als manager toch ook niet zeggen: ‘Ja, dat is de verantwoordelijkheid van de mensen zelf…’
@Irma: ik was zo blij met je grinnikende reactie, dat ik dacht dat die voor mijn stukje was…
@Lisette @Irma. Interessant, de reacties worden nu een verhaal op zich, omdat ze hun eigen weg kiezen. Zo zie je maar: wij denken dat de woorden onze instrumenten zijn, maar vaak zijn wij de instrumenten van de woorden…
helaas uit het leven gegrepen, goed weergegeven
@José. Thanx.