‘Waarom bel je? Snel, ik zit midden in een meeting.’
‘Ik moet naar papa, vrijdag.’
‘Hij is in de war, dit is mijn weekend. Ik bedoel ons.’
‘Maar papa vraagt…’
‘Ik moet weer verder. Tot vanavond.’
‘Is er wat?’
‘Nee, mijn dochter.’
‘Kun je het wel aan?’
‘Dat vraag ik toch ook niet aan een man?’
‘Het valt niet mee, hè?’
‘Wat?’
‘Nou ja, je hebt kinderen…’
‘Jij niet dan?’
‘Ja, twee. Maar mijn vrouw…’
‘Momentje. Je moet me niet meer bellen.’
‘Papa heeft weer gebeld. Hij zegt…’
‘Zeg dan gewoon nee.’
‘Kun jij hem niet bellen?’
‘Nee, dat gaat nu niet. We spreken er vanavond over.’
‘Hoe laat ben je thuis?’
‘Niet zo laat.’
‘Dat zei je gisteren ook.’


Recente reacties