Het strand lag er verlaten bij. Vanaf zijn verhoogde stoel tuurde hij door zijn verrekijker. Hij had direct rode vlaggen opgehangen. Daarna had hij de mensen met veel moeite weggestuurd. Of ze wegbleven?
Daar! Er liep weer iemand langs de langzaam opdrogende rode vloedlijn. Hij herkende jutter Barhorst. Knoestige kerel, zoals het drijfhout waar hij naar zocht. Hij kwam langzaam naar hem toe gelopen.
‘Hé, Barhorst. Ben je voorzichtig?’
‘Waarvoor, jongen. Dat beetje rode zeewater?’
‘Hardstikke gevaarlijk rood zeewater. Het zit vol Conyaulax, giftige geseldiertjes. Er spoelen verderop al dode vissen aan.’
‘Maak je niet druk. Vroeger al genoeg gezien in De West. Red Tide.’
‘Komt door de opwarming van de aarde, Barhorst.’
‘Opwarming? Vast. Ik zie vooral oververhitte strandwachters.’


Recente reacties