‘Het leven is mooi, nicht Alida.’
‘Overdrijf niet zo, Vreeswijk.’
‘Nou, ik geniet anders van het nuttigen van dit overheerlijke kopje thee, Alida. En een heerlijke punt appeltaart met slagroom.’
‘Volgens mij komt het gewoon bij de HEMA vandaan, Vreeswijk. En heb je gezien wat het kost?’
‘Even de bril op… Wat? drie euro voor een glas heet, niet eens kokend water met een theezakje? Vijf euro voor een stuk taart van de HEMA? Als ze maar niet denken dat ze fooi krijgen! Geef mij je servet eens, nicht Alida.’
‘Wat doe je Vreeswijk?’
‘Thuis gebruik ik een theezakje voor drie échte kopjes thee met kokend water uit de fluitketel. Reken jij af? Ik ga even naar het gratis toilet.’


Recente reacties