Soms vroegen we waarom een vervoeging of een verbuiging niet paste in de algemene rijtjes. “Tja”, zei onze leraar Grieks dan monter, “taal wordt nu eenmaal niet gemaakt in een studeerkamer.”
Ik mocht deze grilligheid wel en liep vlotjes door alle schooltalen heen. Woordjes leren betekende wel gewoon stampen, maar zinnen vertalen ging veelal op gevoel.
Daartegenover staan de exacte vakken. Die vragen om logica, vastberadenheid en vermogen tot abstract denken. Die zijn mij niet gegeven. Vragen naar het waarom van de zwaartekracht of van de stelling van Pythagoras zijn niet relevant. Dan gaat er een deur dicht voor mij.
Later bleek dat het hele leven geregeld geen antwoord heeft op een waarom-vraag.
Dus heb ik het maar te nemen.

Lisette: als je het leven vorm en structuur wilt geven is Hoe, wat, waarmee, wanneer, met wie etc veel praktischer dan Waarom. Dan pak je het stuur zelf, in plaats van iemand anders het antwoord laten geven.
Had ik ook Lissette, deur voor mij dicht gaan. Wiskunde wel mooi, maar zo grijze haren-achtig. Taal leeft toch? Knuffel Levi.
@Lisette: alles is wiskunde. Ook taal. Die grilligheidjes in de taal zijn de X-factoren in de wiskunde.
Verder sluit ik me graag aan bij Berdien. Als je een verhaal vertelt, vertrek je dan toch ook met hoe, wat, waarmee, wanneer, wie enzomeer… Ook dat is wiskunde, toch? Het zijn de stappen die je maakt om een uitgebreide som te maken.
Maak jezelf alsjeblieft niet wijs dat je niet over logica beschikt, vastberadenheid mist of een totaal onvermogen tot abstract denken hebt. Misschien heb je wel geen goede wiskundeleraren gehad. Want de echt goede zijn over het algemeen wel schaars.
@Berdien: wat (hoe, wanneer, met wie enz.) een mooie wijsheid! Hier kan ik echt mee vooruit, dankjewel.
@Cycloop (Levi?): dank voor je herkenning.
@Nele: dank ook voor jouw wijze lessen. En ja, het klopt: ik had óók gen goede wiskundeleraar. Hij troostte mijn ouders met de opmerking dat meisjes nu eenmaal geen wiskundeknobbel hebben..