De zilveren serveerschaal verscheen langzaam in zijn gezichtsveld en onttrok Louis’ blik aan bladzijde vierentachtig van het notariële stuk dat hij deze middag onafgebroken aan het bestuderen was. Hij keek naar de envelop en vervolgens in Hendriks asgrijze ogen. Zijn butler sloeg zijn ogen neer. Ook hij had het handschrift herkend.
Louis liet het lijvige dossier met een plof in zijn schoot vallen, nam de envelop van de schaal en verbrak in dezelfde beweging het koraalrode zegel.
“Daar gaan we weer Hendrik”, zuchtte Louis:
Louis, ik verwacht jou en mijn kleinzoon morgenochtend om nul-zevenhonderd uur in de salon, tenue de ville.
“Och, hoe komt mama zo matineus, Hendrik?
Papa én zijn genen blijken voor mij buitengewoon dominant te zijn geweest.”


@Alice. Je neemt me mee naar vroeger tijden. De reuk van smeltende rode was waar het zegel in werd gedrukt, donkere velours gordijnen en statige portretten. En uiteraard de smalle toegeknepen lippen van moeder bij de te late binnenkomst van Louis en consorte.
Beetje de tijd en sfeer van Louis Couperus. Alice, bedoel je met ‘O zevenhonderd uur’ niet ‘0 zevenhonderd uur?’ Duidelijker is misschien nog ‘nul-zevenhonderd uur’.
Een prachtig compliment @Mara: dat ik, als niet-kunnen-ruikende-schrijver bij jou een reuk en herinnering (en de sfeer die je beschrijft) heb weten op te roepen vind ik echt geweldig. Dank!
@Ewald, dank voor het lezen en je tip. De ‘nul-zevenhonderd uur’ is precies wat ik bedoel. Inderdaad veel duidelijker dan de O/0 zevenhonderd uur. Aangepast én blij mee.
Mooi zo!
@Alice. Mooi en knap geschreven stukje!
Dank voor het lezen en je reactie, Han.
Alice: Ik ben ook benieuwd naar Hendrik. Is dit een deel van meerdere verhalen?
Dat had ik niet zo bedacht, Berdien. Misschien wordt de punt tóch een komma…