‘Er zit een beest in de woonkamer!’
Dochters één en drie komen de trap opgelopen. Angstig, opgewonden.
‘Het is groot, afschuwelijk. Het vliegt. Het zweeft. Het cirkelt. Het lijkt op een vogel, maar het is geen vogel. Het heeft een hondenkop.’
‘Dan moet het een vleermuis zijn,’ zeg ik.
‘Nee, mama: ik heb nog nooit zoiets vreselijks gezien. Papa probeert het te vangen.’
Ik schuifel naar beneden. Nieuwsgierig naar wat ik straks te zien zal krijgen.
Manlief staat op de salontafel met een keukenhanddoek in zijn handen. Dochter twee huppelt springerig rond de tafel.
Dan zie ik het.
Hij vangt het in de handdoek.
Het is een mot.
Met een dikke kop en een vleugelspanwijdte van ongeveer twee kleine meisjeshanden.


@nele: leuk, en herkenbaar! Ben benieuwd hoe ze over zo’n twintig jaar op dit voorval terugkijken. Fijne vakantie!
Leuk stukje, Nele. Bij ons thuis was het mijn moeder die gewapend met een theedoek fladderende beesten ving. Mijn vader had fladderangst en dat heb ik van hem overgenomen.
?
Nele: dat wordt nog vaak naverteld. Mooi verhaal.
@Nele. Leuk vakantie tafereel.