Een meer mysterieuze plek kan ik me als klein jongetje niet voorstellen. Niets vergeleken bij de oorden die ik binnen de mij door mijn ouders opgestelde grenzen mag verkennen. Als tienjarige ben ik wijs en bepaald geen Dik Trom, maar het schuurtje van mijn opa, dat was ongekend.
Soms brandde er een vuurtje en rookte de kleine pijp die op het dak van het kleine schuurtje stond. Mijn opa rookte niet. Gelukkig maar. Ik had intussen de wildste voorstellingen gekregen. Een soort hut van opa Tom of een geheime commandopost met huursoldaten.
Vanalles maakte ik mezelf wijs. Maar naarbinnen gaan? Ho maar. Ho Chi Min zou het geeneens durven. Een samoerai van supergeslepen kaliber moest je zijn. Opawaardig, wist ik.

“Een soort hut van opa Tom” had je dat als tienjarige al gelezen en er derhalve dan helemaal niks van begrepen of klinkt het gewoon goed?
Buitengewoon intelligent dat jongetje Lijm. Kennis van Ho Chi Min, wat denk je daarvan?
spannend zo’n schuurtje. Het is Ho Chi Minh.