Ze telt vierentwintig lentes, wordt voor de vierde keer moeder, en heeft overal spijt van.
Het is elke dag bloedheet. Er is te weinig eten voor de kinderen en haarzelf. Haar man bemoeit zich daar niet mee.
Haar schoonouders, wiens taal ze nauwelijks spreekt en begrijpt, schreeuwen luidkeels tegen alles en iedereen.
Op straat is het gevaarlijk, in huis ook maar daar voelt het nog veilig.
Het is haar verboden zonder begeleiding naar buiten te gaan. Ze mist haar fiets en waveboard, het zwemmen in een natuurplas.
Ze hult haar twijfel en verdriet in de doeken voor haar gezicht. Niemand die het ziet.
Niemand die het hoort, temidden van al het lawaai.
De stilte in haarzelf begint vanzelf te huilen.

Die is mooi, Berdien!