Hoe mijn moeder haar dagen invulde met het huishouden, weet ik niet. Ze klaagde er nooit over.
Ze was een ochtendmens. Tussen de middag aten we warm, wat voor mijn vader betekende dat hij zo’n twintig minuten moest fietsen, om de prak weg te werken, en weer terug te peddelen naar zijn werk.
Later veranderde hun dagpatroon behoorlijk: toen wij naar de middelbare school gingen, verschoof de warme maaltijd naar de avond. Later verdwenen wij één voor één naar een studentenstad, en aten zij met hun tweetjes.
Mijn vader ging vervroegd met pensioen, dus de ochtenden konden rustiger beginnen.
Toch is mijn moeder altijd matineus gebleven. Voor de gezelligheid probeerde ze het opstaan tot acht uur te rekken, uiterlijk dan.

Mooi tijdsbeeld geschetst, Lisette.
@Ewald: herkenning uit eigen ervaring?
Deels, Lisette. Mijn Groningse grootouders aten tussen de middag warm. Oma stond om een uur of half elf al te koken.
Lisette: moii neergezet hoe de generaties veranderen.
@Berdien: dank je wel voor het compliment. Jammer dat ik het niet meer met mijn moeder zelf kan delen.
Je hebt het gezinsbeeld herkenbaar en liefdevol beschreven, dat vroege opstaan ook! ‘Voor schafttijd doe je het meest’, vind ik ook zo’n treffende uitspraak die goed bijhet ritme van deze matineuze moeder past.
@Alice: dank voor je herkenning.