Al wandelend door stad en land
Zwerfde zij van hier naar ergens
In haar tas paraat, haar bonuskaart
Ook in haar tas haar pin en idpas,
Een paraplu en waterfles en regenjas.
Haar tramkaart geklemd in haar hand.
Bij halte 2 kocht ze een boeketje mee, tulpen zijn favoriete
Snel liep ze waar hij al weer drie jaar lag.
He Cees daar was ik weer ,ik moet je veel vertellen…
“Ons Maaike heeft een andere baan
En Sjors is toch overgegaan.
Je tulpen zijn je favoriete kleur”
En met een doekje verwijder ik de zandsmeur.
Ze babbelt wat af onder haar pluutje bij zijn graf.
Geen buitje houdt haar tegen.
Een traan zie je langs haar wang gaan bij vertrek

Wat een lief versje, ik zie en hoor de vrouw praten.
Verdrietig zo’n mensje in de regen.
Er gebeurt in de vierde strofe iets bijzonders met het perspectief; in de eerste strofe is er een verteller die over de hoofdpersoon in derde persoon vertelt. In het vierde couplet begin je met een tekst die uitgesproken wordt door de hoofdpersoon. Volgens mij zou die eerste regel al tussen aanhalingstekens moeten? De laatste zin uit die strofe is er, denk ik, weer een van de verteller: die zou dus weer in de derde persoon moeten. Begrijp je wat ik bedoel? Enne, de verleden tijd van zwerven is zwierf;-) Maar bovenal een heel HARTelijk welkom hier, mijn opmerkingen en suggesties zijn altijd vriendelijk en opbouwend bedoeld en mogen genegeerd worden;-)
simone feedback ga ik altijd vanuit is opbouwend en idd de haakjes ben ik vergeten,
ik weet niet of ik tekst kan aanpassen als newby hier zijnde
Ik vind het inhoudelijk mooi, maar als gedicht wat stroef lezen. Ben zelf geen dichter, maar denk dat je door hardop voorlezen zelf ook al kunt ontdekken waar het moeilijker leest.
het is ook niet direct een gedicht,maar snap je feedback,Hekate
@Frutselen O ja, dat was ik even vergeten. Je kunt inderdaad als nieuwe schrijver niet zelf je stukjes aanpassen… Geeft niets; we begrijpen de boodschap!
<3
aandoenlijk geschreven