Bonne-bonne-bonne bonbons. Vol verwachting klopt hun hart. Binnenkort mogen ze weer mee naar Nederland, met de boot eerst een stuk over de koude Noordzee om dan opgeslagen te worden in een groot Amsterdams pakhuis. Pakhuis? Ik zeg afblijven huis. Er wordt niets, maar dan ook niets uit de juten zakken gepakt, huis.
Lekker knus zullen de bonne-bonne-bonne bonbons afwachten in welke kinderhanden- of schoentjes ze terecht gaan komen. De chocoladen hebben haast. Ze smelten langzaam, zo dicht op elkaar. Zeker als de kachel aan is in het pakhuis, door de bonne-bonne-bonne bonbons sinds jaar en dag bestemeld als blijf-van-mijn-lijf huis. Nog tig nachtjes slapen en dan is het zover. In een of andere hoek worden ze dan gesmeten. Hoe zoetzuur.

Uiteraard zijn de bonne-bonne-bonne bonbons bestemPeld en voorbestemd het pak- of blijf van mijn lijfhuis te verlaten als pepernoot, maar dat terzijde.
en dan nog door al die schoorstenen heen moeten!