Ik zie ze, voor het eerst in lange tijd, hun vertrouwde paadje lopen. Het tikken van zijn wandelstok echoot door de smalle winkelstraat. Met haar arm door de zijne gestoken, is haar toeverlaat haar tot steun. Met onvaste stappen hebben zij vooral oog voor de kinderhoofdjes: haar val in het afgelopen voorjaar staat in beider geheugens gegrift.
Zoetjesaan bereiken ze nummer zevenentachtig. Hij duwt de glazen deur open en houdt daarna het rode veloursgordijn voor haar open. De kastelein begroet het duo hartelijk: “Dirk en Riet! Wat heb ik júllie gemist!”
De twee jeneverglaasjes staan wiebelig op het handgeknoopte tafelkleed van hun vertrouwde tafel.
Ze heffen het glas en hij knipoogt liefdevol naar haar: “Proost meissie, we zijn er weer”.


@Alice: wat liefdevol beschreven, mooi hoor
Dank je Lisette.
Mooi Alice.
Dank Berdien!