We waren al drie uur aan het bikkelen, en het schoot niet op. “Hoe ver zijn we nu, Harry?”
“Wat kun jij zeiken, man. Het is alsof ik met mijn kleine naar de klote Efteling onderweg ben.”
“We graven al drie uur en we zijn nauwelijks opgeschoten. Dadelijk is het dag en vinden ze ons. Straks moeten we een nieuwe tunnel graven, maar dan om uit de bajes te komen!”
“Krijg de kolere, man! We hebben er zeker zes meter opzitten, ondanks jouw gebabbel. We kunnen omhoog!”
Met een houweel sloegen we door de vloer boven ons. Ik stak mijn hoofd in het gat. “Gefeliciteerd Harry, we hebben zojuist de kombuis van de bank opengebroken, in plaats van de kluis!”

Leuk verhaal.